• Druilerig en Maarts, vrolijker kan het vanavond niet, een eenzame te jolige passant roept om een augurk en een zak frites, vanachter lege horeca ramen kijken vergeten schimmen uit over een leeg plein, het carnaval is voorbij, een centrum staat in de wachtstand, het is nog lang geen lente.  Het toeval wil dat, in de naar een nieuwe identiteit snakkende betonstad, deze maand de oeuvre tentoonstelling van Oscar Niemeyer is neergestreken. Een levensgroot portret van Oscar,  siert dan ook de gevel van het Glaspaleis; de monumentale cultuurplek waar de wereldarchitect en de Belgische fluitist elkaar vanavond tijdens de maandelijkse jazzavond zullen ontmoeten en in het hart sluiten.
    Wie muziek wil zien en ervaren als beweging,  als de golf, als de wind, als het sprekend verlangen, als de loop van de rivier, de vlucht van de meeuw, als de ronding van wie hij lief mag hebben, is hier op de juiste plek. De slapende sculpturen, de schreeuwende media zuil, de naar duur drukwerk ruikende catalogi, een verzameling achtergrondwanden, luistert in een lege expositie hal naar de wind die door het riet waait: de fluit van Stefan Bracaval, blaast door het groeiend beton. Op de, tot cafeetje van filmhuis de Spiegel, omgetoverde 5e verdieping maken we een introverte , meeslepende reis naar de binnenkant, technisch fraai uitgevoerd door een viertal mannen die de muziek willen laten spreken, geen waarde hechten aan uiterlijk vertoon, maar geconcentreerd samenspelen, gesierd door de voor Belgische musici zo kenmerkende wellevendheid en instrumentale beheersing.
    Op het veldje pal achter het kasteeltje Hattum, Roermond,  zat Toots Tielemans zo’n 35 jaar geleden vlak voor zijn optreden op het podium in het gras en speelde een tune, voor zichzelf, voor het vrijend paartje, voor de man met het stokbroodje en de aandachtig luisterende jongeling. De picknick achter de coulissen met de muziekmakende man met snor en mondharmonica, is mij altijd bijgebleven. Vreemd dat de naar binnen gekeerde klanken van Stefan, dezelfde beelden bij mij oproepen als de eenvoud van Toots op het grasveld. Uiteindelijk verbeelden zij de rust, verlangen naar geluk, berusting bij wat komen gaat, de bries van de eeuwige wind over het riet.
    Hier is het waar Stefan Bracaval Oscar Niemeyer ontmoet, het is dezelfde toon, dezelfde sensualiteit, dezelfde curve, de curve waarvan je, zonder te zien waar hij heen draait, weet dat hij voor jouw bedoeld is.  De wachtstand bestaat dus niet, een stad trekt niet van evenement naar evenement, de beweging, dat is wat telt. Die beweging maken de vier vanavond en ze is onlangs gevangen op een nieuwe CD: insight inside.
    Terug bij de auto, klinkt over het lege plein een zacht gefluit, ik draai  me om, richting het grote Mao portret van Oscar; Hé you….,  “outside, inside…. What’s the difference? Inside is everywhere” klinkt het in gebroken Engels, hij knipoogt naar mijn vrouw, lacht en trekt met een zwarte viltstift een curve over de witte wand.
    © Jo Dautzenberg, maart 2009.
    Stefan Bracaval, flute,bass flute, Hendrik Braeckman, gitaar, werner Lauscher, doublebass,Marc Léhan,drums. CD insight inside.